Leerplan ICT tweede graad

Zijn jullie op zoek naar lesmateriaal voor het gemeenschappelijk leerplan ICT in de tweede graad? Dan is Informaticalessen jullie ideale cursus.
Met professionele video’s, leuke oefeningen en duidelijke theorie, kan Informaticalessen gebruikt worden door scholen die een apart lesuur hebben voor ICT én door scholen die ICT integreren in verschillende vakken.
Op deze pagina vinden jullie het leerplan ICT in de tweede graad met de verwijzingen naar het bijbehorende lesmateriaal in deze cursus ICT.

Het leerplan van het Katholiek onderwijs (KOV afgekort) is het meest gedetailleerde en wordt daarom hier in dit overzicht als basis gebruikt.
Natuurlijk vind je onder elk doel de specifieke eindterm/leerplandoel van elke onderwijskoepel.

Inhoudsopgave

Inzicht in digitale systemen

De leerlingen lichten toe hoe bouwstenen van digitale systemen zich tot elkaar verhouden en op elkaar inwerken.

KOV: GLI-ddaa1 | GO! + POV: /

Beheersingsniveau: / | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: digitale vaardigheden, STEM/techniek, wiskunde, Nederlands, economie)

Digitale vaardigheden

  • KOV: Digitale vaardigheden
  • GO! + POV:
    • Digitale media en toepassingen gebruiken om te creëren, te participeren en te interageren.
    • Verantwoord, kritisch en ethisch omgaan met digitale en niet-digitale media en informatie.

De leerlingen tonen zelfvertrouwen bij het verkennen en gebruiken van digitale infrastructuur en toepassingen. (attitudinaal)

KOV: GLI-ddaa2 | GO! + POV: ET 4.1

  • Schoolafhankelijk

De leerlingen gebruiken doelgericht en adequaat standaardfunctionaliteiten van digitale infrastructuur en online en offline toepassingen om digitale inhouden te beheren.

KOV: GLI-ddaa3 | GO! + POV: ET 4.2 + ET 4.6 + ET 4.7 + ET 4.8

Beheersingsniveau: Toepassen + Begrijpen + Evalueren | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: leesportfolio (online) aanmaken voor Nederlands)

  • Het is aan te raden om het schooljaar te starten met een herhalingsoefening waarin de leerplandoelstellingen van de eerste graad getest worden, onder meer navigeren in mappen en bestandenlijst, mappen aanmaken, mappen en bestanden verplaatsen, kopiëren, hernoemen en verwijderen, zoeken in mappen, sorteren van bestanden in een map, weergave van bestanden in mappen.
  • Doelgericht en adequaat werken met digitale infrastructuur en toepassingen houdt in dat rekening gehouden wordt met compatibiliteit tussen digitale infrastructuur en toepassingen.
  • Een grote groep bestanden gelijktijdig manipuleren houdt o.a. in: selecteren, verplaatsen, kopiëren, een andere naam geven …
  • Laat de leerlingen bewust nadenken over de plaats waar hun bestanden (automatisch) bewaard worden bij het downloaden. Maak de leerlingen attent op het feit dat bestanden geopend via Internet standaard in een tijdelijke map bewaard worden. Indien ze verder willen werken met deze bestanden moeten ze deze opslaan in een eigen gekozen map.
  • Je kan de leerlingen duidelijk maken wat synchroniseren is door een bestand op te slaan, te wijzigen, te verwijderen via een (drive)app en aan te tonen dat dit bestand ook online is opgeslagen, gewijzigd, verwijderd.
  • Wijs de leerlingen op de voordelen en nadelen van synchroniseren. Als ze iets verwijderen op één toestel wordt het overal verwijderd. Als je offline op meerdere toestellen in een gesynchroniseerd bestand werkt, krijg je conflicten.
  • Je kan de leerlingen duidelijk maken dat ook online profielen zoals Office 365-accounts, Google-accounts, sociale media-accounts gesynchroniseerd worden op de verschillende toestellen waarmee ze werken. De werking van deze toestellen kan vertragen door synchronisatie bv. indien de hoeveelheid bestanden in hun drive te groot is.
  • Laat de leerlingen het belang inzien van regelmatig een reservekopij (back-up) te maken van hun bestanden op een ander, gericht gekozen opslagmedium. Maak het verschil duidelijk tussen synchroniseren en back-uppen.
  • Leer de leerlingen dat comprimeren betekent dat de bestandsgrootte van een bestand kan kleiner worden. Je kan comprimeren ook gebruiken om een groep bestanden als één geheel door te sturen. Bijvoorbeeld foto’s of de fotomap van een activiteit.
  • Je kan op toestellen waar de leerlingen geen administratorrechten hebben, een virtuele machine gebruiken om de leerlingen te leren hoe ze o.a. snelkoppelingen moeten maken.
  • Maak de leerlingen duidelijk dat een snelkoppeling een verwijzing naar een map of een bestand is en dat ze de originele plaats van deze map of bestand kunnen opzoeken.
  • “Opbouw van gegevensbank” houdt in dat de leerlingen begrijpen dat een gegevensbank bestaat uit tabellen, met velden en records, en eventueel relaties tussen. Ze hebben inzicht in de betekenis van de verschillende gegevensbank gerelateerde begrippen.
  • Je kan de opbouw van een gegevensbank aanbrengen met behulp van de massa aan online en offline gegevensbanken waar de leerlingen mee geconfronteerd worden in de dagelijkse realiteit.
  • In de D-finaliteit is het aangewezen dat je bij de opbouw van een gegevensbank ook relaties behandelt.
  • Je kan bij de opbouw van gegevensbanken de leerlingen meer inzicht geven in het gebruik/misbruik dat gemaakt wordt van gegevensbanken in de huidige maatschappij in het kader van privacy, e-identiteit. Bij voorbeeld koppelen van gegevensbestanden: de gegevens van je smartphone worden gedeeld met overheidsinstanties, winkels … , sociale media zoals Facebook delen de gegevens die je doorgeeft met apps/websites.
  • Je kan het belang van gegevensbanken gemakkelijk aantonen door de leerlingen bewust te maken van het feit dat zij voortdurend geconfronteerd worden met gegevensbanken bv. contacten op smartphone, klantenkaart, bankkaart, sociale media, zoeksystemen … Vergeet niet om de leerlingen er attent op te maken dat ze voorzichtig moeten zijn bij het doorgeven van persoonlijke gegevens, identiteitskaart …
  • Je kan op het internet massa’s aan gegevensbanken vinden waarin gefilterd, gezocht en gesorteerd kan worden. In meerdere studierichtingen zijn vakinhoudelijke gegevensbanken voorhanden waarin kan gezocht worden. De website https://statbel.fgov.be/nl heeft een brede waaier aan datasets met zoek- en filtermogelijkheden.

De leerlingen gebruiken doelgericht en adequaat standaardfunctionaliteiten van digitale infrastructuur en toepassingen om digitale teksten te creëren.

KOV: GLI-ddaa4 | GO! + POV: ET 4.2

Beheersingsniveau: Toepassen | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: maken van een huistaak, verslag of eindwerk)

  • Het is aan te raden om het schooljaar te starten met een herhalingsoefening waarin de leerplandoelstellingen van de eerste graad m.b.t. tekstverwerking getest worden onder meer tekstentiteiten, eindmarkeringen, tekenopmaak, eenvoudige alineaopmaak, eenvoudige paginaopmaak, spellingscontrole, zoeken en vervangen.
  • Doelgericht en adequaat werken met digitale infrastructuur en toepassingen houdt in dat rekening gehouden wordt met compatibiliteit tussen digitale infrastructuur en toepassingen.
  • Het is belangrijk dat de leerlingen een goed inzicht hebben in de opbouw van een tekstverwerking volgens tekenopmaak, alineaopmaak en paginaopmaak. Je kan indien nodig de verschillende tekstentiteiten (teken, alinea, sectie (één of meerdere pagina’s), document) kort herhalen.
  • De leerlingen gebruiken stijlen volgens de afspraken die gelden binnen de school. Je kan de leerlingen overtuigen van het gebruiksgemak en nut van stijlen door deze vanaf het begin veelvuldig te gebruiken.
  • Je kan de leerlingen creatief laten zijn in het ontwerpen van een eigen stijl. Een goede stijl is sober en doeltreffend. Beperk het aantal lettertypes en kleuren in één document.
  • Pas een logische actuele lay-out toe. Het heeft geen zin om de leerlingen verouderde opmaaktechnieken aan te leren. Ook de ideeën over een goede tekstopmaak evolueren in de loop van de tijd.
  • Bij tabs worden de meest courant gebruikte tabs behandeld en de mogelijkheid om een opvulteken toe te voegen.
  • Tabellen gericht opmaken houdt in: rijen en kolommen toevoegen en wissen, cellen samenvoegen en splitsen, uitlijning, randen, arcering, tekstrichting, breedte tabel (auto aanpassen), breedte en hoogte kolommen en rijen
  • Je kan de leerlingen erop wijzen dat het vaak eenvoudiger is gebruik te maken van tabellen i.p.v. tabs voor het positioneren van tekstentiteiten.
  • Je kan in de A-finaliteit het gebruik van secties uitleggen door in een document een staande en liggende pagina op te nemen.
  • Je kan in richtingen van de D- en de DA-finaliteit afwijkende kop- en voetteksten aanleren.
  • Je kan in de D- en DA-finaliteit bij het zoeken en vervangen ook de verschillende zoekopties behandelen.
    • In opbouw
  • Je kan op schoolniveau een stijl vastleggen voor de opmaak van de bronvermelding bv. de APA-norm. Je kan in de A-finaliteit een eenvoudige bronvermelding hanteren. Belangrijk is dat de leerlingen de attitude aanleren om elke keer een bronvermelding op te nemen.
    • Schoolafhankelijk
  • Je kan de leerlingen leren de spelling- en grammaticacontrole uit te voeren in meerdere talen.
  • Je kan voor een correcte inhoudsopgave, in de kopstijlen gebruik maken van nummering op meerdere niveaus volgens de afgesproken normen.

De leerlingen gebruiken doelgericht en adequaat standaardfunctionaliteiten van digitale infrastructuur toepassingen om digitale presentaties te creëren.

KOV: GLI-ddaa5 | GO! + POV: ET 4.2

Beheersingsniveau: Toepassen | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: voorstellen of presenteren voor de klas + video in een vreemde taal voorzien van ondertiteling)

  • De leerlingen hebben in de eerste graad al presentaties gemaakt. Bouw verder op de verworven competenties.
    • Schoolafhankelijk
  • Doelgericht en adequaat werken met digitale infrastructuur en toepassingen houdt in dat rekening gehouden wordt met compatibiliteit tussen digitale infrastructuur en toepassingen.
  • Je kan de leerlingen laten kennis maken met de nieuwe trends van presenteren bv. toenemend belang van beelden, schema’s, visualisatie …
  • Je kan de leerlingen leren vorm en inhoud van elkaar te scheiden. Eerst moet de inhoud vastliggen alvorens aan de lay-out kan begonnen worden. Je kan de leerlingen leren het KISS-principe (Keep It Short and Simple) te respecteren.
  • Leer de leerlingen, binnen de mogelijkheden van de gebruikte toepassing, een model voor een presentatie te maken met een sobere, consequente en automatische opbouw, eventueel met eigen afbeeldingen. Dit model kunnen de leerlingen gebruiken als basis voor vakinhoudelijke presentaties.
  • Een presentatie kan ook een mindmap, fotocollage, storyboard, infographic, filmpje, website … zijn. Er zijn ook veel online mogelijkheden om te presenteren. Kies een softwarepakket afhankelijk van de probleemstelling. Je kan de leerlingen duidelijk maken dat er verschillende types van presentatie zijn bv. een presentatie ter ondersteuning van een voordracht, een presentatie om een structuur eenvoudig voor te stellen, een presentatie over een reis.
  • Je kan de leerlingen het onderscheid, de voor- en nadelen laten zoeken tussen het invoegen van een online en offline filmpje.
  • Je kan de leerlingen een ingesproken presentatie laten maken of een presentatie in een vreemde taal met automatische ondertiteling in het Nederlands.
    • In opbouw

De leerlingen gebruiken doelgericht en adequaat standaardfunctionaliteiten van digitale infrastructuur en toepassingen om digitaal te communiceren, te delen, samen te werken en te participeren aan initiatieven.

KOV: GLI-ddaa6 | GO! + POV: ET 4.3 + 4.6

Beheersingsniveau: Toepassen + Begrijpen | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: groepswerk + maken van een huistaak, verslag of eindwerk)

De leerlingen configureren infrastructuur en toepassingen.

KOV: GLI-ddaa7 | GO! + POV: /

Beheersingsniveau: / | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: digitale vaardigheden, STEM/techniek, burgerschapseducatie)

  • Gebruik eventueel een virtuele omgeving om deze doelstellingen te realiseren.
    • Schoolafhankelijk
  • Leer leerlingen nadenken over de meest gewenste configuratie voor hun infrastructuur en toepassingen.
  • Bij het hanteren van digitale infrastructuur en toepassingen zullen leerlingen problemen, fouten en foutmeldingen tegenkomen die een configuratie-aanpassing vereisen. Leer de leerlingen deze correct te interpreteren en de nodige aanpassingen uit te voeren. Voorbeelden: geen geluid, geen micro, geen webcam, niet op internet kunnen, vervormd beeld …
    • In opbouw
  • Je kan de leerlingen leren hun browser in te stellen naar hun persoonlijke wensen, zoals startpagina instellen, zoekmachine selecteren.
  • Je kan met de leerlingen de verschillende instellingen van sociale media bespreken met de mogelijke gevolgen ervan.
  • Je kan als lesvoorbereiding enkele instellingen in de infrastructuur of de toepassingen van enkele testtoestellen aanpassen. De leerlingen krijgen de opdracht de infrastructuur terug juist in te stellen. Een alternatief is dat je in een presentatie mogelijke foutboodschappen opneemt. De leerlingen moeten dan achterhalen wat er aan de hand is.
    • Schoolafhankelijk
  • Je kan de leerlingen het antwoord op vaak voorkomende vragen over/problemen bij de werking van infrastructuur en de functionaliteiten van toepassingen laten opzoeken door gebruik te maken van de ingebouwde help, een zoekmachine, een forum … zoals oplossing.be, pc-helpform.be.

De leerlingen transfereren de aangeleerde standaardfunctionaliteiten van een toepassing naar een andere toepassing.

KOV: GLI-ddaa8 | GO! + POV: /

Beheersingsniveau: / | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: groepswerk + maken van een huistaak, verslag of eindwerk)

  • Zelfde types van toepassingen hebben vergelijkbare standaardfunctionaliteiten.
    • Schoolafhankelijk
  • Gebruik de verworven kennis en vaardigheden, eventueel vanuit andere types programma’s, als instap voor het aanbrengen van nieuwe kennis en vaardigheden bv. je kan kennis en vaardigheden aangeleerd in tekstverwerking gebruiken voor het leren werken met een online tekstverwerking, een rekenblad …
    • Schoolafhankelijk
  • Je kan de leerlingen zelfstandig een oefening laten uitwerken in een niet vertrouwd analoog softwarepakket zoals een tekstverwerker, een rekenblad, een beeldbewerkingsprogramma, een presentatiepakket …
    • Schoolafhankelijk
  • Je kan de leerlingen zelfstandig een gelijkaardig onlinetool laten ontdekken.
    • Schoolafhankelijk

Computationeel denken

De leerlingen ontwerpen algoritmes om problemen digitaal op te lossen.

KOV: GLI-ddaa1 + Wis-d47 | GO! + POV: ET 4.4 + 4.5

Beheersingsniveau: Begrijpen + Creëren | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: digitale vaardigheden, STEM/techniek, wiskunde)

  • Je leert de leerlingen de verschillende stappen in het oplossen van een (deel)probleem kennen en continu toepassen bij het oplossen van problemen, nl. probleemstellen, analyseren, algoritme opstellen, programmeren, uitvoeren, debuggen (testen en bijsturen) en documenteren.
  • Er zijn verschillende manieren om een algoritme te representeren zoals pseudocode, Nassi–Shneiderman-diagram, flowchart …
  • Je kiest om deze doelstelling te realiseren voor een geschikte actuele programmeeromgeving, die aansluit bij de studierichting en het te verwachten vervolgtraject.
  • Je kan vanuit de fouten van de leerlingen vertrekken bij het aanleren van debuggen. Leer hen zelf hun fouten te analyseren. Gebruik hiervoor onder meer de mogelijkheden van de programmeeromgeving.
  • Je kan wiskundige inhouden of procedures als een algoritme laten formuleren en eventueel programmeren. Voorbeelden vanuit de eerste of de tweede graad: zeef van Eratosthenes, bepaling van ggd, de stelling van Pythagoras, voorschrift van een eerstegraadsfunctie door twee punten, oplossen van tweedegraadsvergelijking via de discriminantformule, waarheidstabellen bepalen, problemen op grafen (bv. algoritmes van Prim, Kruskal, Dijkstra …).
  • Als je school ervoor kiest om de doelen uit het Gemeenschappelijk leerplan ICT te realiseren via een apart vak ICT, dan kan er ook overwogen worden om dit leerplandoel (al dan niet gedeeltelijk) op te nemen in dat vak.
      Schoolafhankelijk

Optionele leerplandoelen digitale vaardigheden

De leerlingen gebruiken doelgericht en adequaat standaardfunctionaliteiten van digitale infrastructuur en toepassingen om digitale rekenbladen te creëren.

KOV: GLI-ddaa9 | GO! + POV: /

Beheersingsniveau: / | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: digitale vaardigheden, STEM/techniek, wiskunde, economie, fysica, chemie)

De leerlingen gebruiken doelgericht en adequaat standaardfunctionaliteiten van digitale infrastructuur en toepassingen om multimediabestanden te creëren.

KOV: GLI-ddaa10 | GO! + POV: /

Beheersingsniveau: / | Vaksuggesties: Meerdere vakken. (Bv.: voorstellen of presenteren voor de klas + video in een vreemde taal voorzien van ondertiteling)


Informaticalessen blijft de evolutie en vernieuwing van het secundair onderwijs op de voet volgen.
Heb je het gevoel dat er over een bepaald lesdoel inhoud ontbreekt, contacteer ons dan gerust. We helpen je graag verder.

Leerkracht informatica?

Mis niets van onze nieuwe oefeningen, video’s en veel meer dankzij de nieuwsbrief en onze Facebook-pagina!

Recente updates

Stel je vraag!

Iets niet gevonden op onze website? Heb je hulp nodig? Wij helpen je graag verder.