Leerplan ICT eerste graad

Zijn jullie op zoek naar lesmateriaal voor het leerplan ICT in de eerste graad? Dan is Informaticalessen jullie ideale cursus. Met professionele video’s, leuke oefeningen en duidelijke theorie, kan Informaticalessen gebruikt worden door scholen die een apart lesuur hebben voor ICT én door scholen die ICT integreren in verschillende vakken.
Op deze pagina vinden jullie het leerplan ICT in eerste graad met de verwijzingen naar het bijbehorende lesmateriaal in deze cursus ICT.

LPD1 – De leerlingen organiseren, beheren en zoeken hun bestanden offline en online op een gestructureerde manier in mappen

E.T. 13.8

LPD2 – De leerlingen demonstreren overkoepelende basisvaardigheden in het gebruiken van digitale toepassingen

E.T. 4.1

LPD3 – De leerlingen creëren inzichtelijk en efficiënt, online en offline, digitaal inhouden

E.T. 4.1

Algemeen

  • Bij het invoeren van objecten hebben de leerlingen aandacht voor de positie en grootte van het object.
  • Je leert de leerling dat er een verschil is tussen de grootte van een afbeelding/foto binnen een document en de plaats die de afbeelding/foto inneemt op het opslagmedium. Het verkleinen van een afbeelding in een document, maakt de afbeelding niet kleiner in opslag.
    • In opbouw…
  • Je leert de leerlingen courante tekens (@, € …) en symbolen invoeren.
  • Je leert de leerlingen het verschil tussen de Shift-toets en de Shift Lock of Caps Lock toets.
  • Je zorgt ervoor dat de leerlingen inzicht krijgen in de opbouw van de verschillende softwarepakketten. Het is niet de bedoeling hen “knoppen” aan te leren.

Tekstverwerking

  • De basisopties van een tekstverwerker omvatten minimaal: Tekenopmaak, alineaopmaak (uitlijnen, eenvoudige opsomming, witruimte, randen en arcering), ingestelde stijlen gebruiken en wijzigen, pagina-opmaak (eenvoudige kop- en voettekst, marges, pagina afstand)
  • Bij het invoeren van de structuurelementen van een tekst is er aandacht voor de scheidingstekens. Je leert de leerlingen deze scheidingstekens invoeren en herkennen.
  • Je leert de leerlingen om niet onnodig op “Enter” of de “spatiebalk” te duwen. Er staat maar één Enter tussen twee alinea’s. Wil je meer afstand tussen twee alinea’s, dan gebruik je witruimte. Wil je in het midden van een pagina stoppen met tekst invoeren en verder gaan op een volgende pagina, dan gebruik je een pagina-einde. Wil je een stuk tekst in het midden van een alinea plaatsen, dan centreer je die tekst.
  • Bij het creëren van teksten is er aandacht voor spellingscontrole.
    • In opbouw…
  • Je leert de leerlingen bij het uitvoeren van tekstwijzigingen te kopiëren met en zonder opmaak.
  • De leerlingen hanteren afgesproken normen bij het opmaken van documenten
    • Schoolafhankelijk

Presentatiesoftware

  • Je leert de leerlingen de juiste (dia)-indeling(en) te kiezen voor de inhoud die ze willen opnemen in hun presentatie.
  • Je leert de leerlingen bij het uitvoeren van tekstwijzigingen te kopiëren met en zonder opmaak.
    • In opbouw…
  • Bij het maken van presentaties is er aandacht voor spellingscontrole.
    • In opbouw…
  • Je maakt op schoolniveau afspraken over waaraan een goede presentatie moet voldoen.

Beeld- en videobewerking

  • Zowel online als offline toepassingen kunnen hiervoor gebruikt worden.
  • Je leert de leerlingen het begrip resolutie kennen, de bestandsgrootte van een afbeelding of foto aanpassen, een foto bijsnijden, de kleur van een foto aanpassen.
    • In opbouw…
  • Je leert de leerlingen eenvoudige video’s opnemen en aanpassen en video’s maken van een reeks foto’s.

LPD4 – De leerlingen delen digitale media en werken op een veilige manier samen in online gedeelde bestanden en/of mappen

E.T. 4.1 + 4.2

De leerlingen demonstreren basisvaardigheden om taakgericht volgens de nettiquette te communiceren via e-mail en berichten en te participeren aan initiatieven

E.T. 4.2

LPD6 – De leerlingen navigeren functioneel op internet m.b.v. een browser.

  • Je leert de leerlingen om doelgericht te navigeren. Niet klikken om te klikken. Leerlingen moeten de informatie lezen en beoordelen.
  • Je leert de leerlingen hoe een URL is opgebouwd. Zo kunnen ze snel zelf de URL van de site die ze nodig hebben samenstellen of gekregen of gevonden URL’s interpreteren.
  • Je leert de leerlingen een online of offline systeem voor favorieten in te zetten.
  • Je leert de leerlingen dat alles wat ze doen op internet bewaard wordt

LPD7 – De leerlingen onderscheiden de bouwstenen van een digitaal systeem

E.T. 4.3

  • Je leert de leerling de werking van het informatieverwerkend systeem illustreren met actuele voorbeelden: eenvoudige computer, automatische deuren van een supermarkt, slimme verkeerslichten, waarschuwingsborden files, roltrap, zoekmachine, automatische nummerplaatherkenning … Je kan de leerlingen voor zo een voorbeeld laten uitleggen wat de invoer en uitvoer is en hoe de verwerking verloopt.
    • In opbouw…
  • Je leert de leerlingen inzien dat alle informatie moet omgezet worden naar bits opdat deze kan verwerkt worden door de computer.
  • Je leert de leerlingen begrijpen dat een informatieverwerkend systeem bestaat uit hardware en software waarbij de hardware bestaat uit de fysieke componenten terwijl de software de instructies voorziet die uitgevoerd worden door het systeem. Beide werken samen in het informatieverwerkend proces voor het zenden/versturen, verwerken, ontvangen en opslaan van de informatie in de vorm van bits.
    • In opbouw…
  • Je leert de leerlingen actuele hardware en software herkennen.
  • Je leert de leerlingen actuele hardware te klasseren onder invoer, verwerking, uitvoer.
  • Je leert de leerlingen een computer-, software-, game- advertentie lezen, begrijpen en interpreteren.
    • In opbouw…
  • Je duidt de begrippen bit en byte.
  • Je leert de leerlingen de grootordes te rangschikken en een inschatting te maken van de grootte van een digitaal medium.
  • Je beperkt je bij dataformaten tot de actuele dataformaten en leert de leerlingen een link te leggen tussen dataformaat, extensie, pictogram en toepassing.
  • Je leert de leerling dat als ze de software gekoppeld aan een dataformaat niet op hun computersysteem geïnstalleerd hebben, ze een bestand in dat dataformaat ook niet kunnen openen.

LPD8 – De leerlingen begrijpen wat informatieverwerkende systemen zijn en hoe communicatie ertussen verloopt.

E.T. 4.3

  • Actuele vormen van verbindingen tussen communicatiesystemen. Je gaat in op die verbindingen die de leerlingen gebruiken zoals Internet, kabels, WiFi, Bluetooth.
  • Je leert de leerlingen begrijpen dat de cloud een verzameling van computers is ergens ter wereld waarmee je via internet communiceert.
  • Je leert leerlingen begrijpen dat computernetwerken gebruikt worden om mensen en apparaten die zich op verschillende plaatsen bevinden onderling met elkaar te verbinden.

LPD9 – De leerlingen analyseren een probleem, genereren een algoritme om het op te lossen, implementeren dit en passen het aan tot het foutloos werkt, unplugged (niet-digitaal) en digitaal (grafische programmeertaal)

E.T. 4.3

  • De leerlingen maken zowel unplugged algoritmes als algoritmes met de computer.
  • Je gebruikt een grafische programmeertaal zoals Scratch of Blockly.
  • Je leert de leerlingen de verschillende stappen in het oplossen van een (deel)probleem kennen en continu toepassen bij het oplossen van problemen, nl. probleemdefinitie, analyse, algoritme, (programma), testen, documenteren en bijsturen.
  • Je leert de leerlingen dat de computer de instructies van het algoritme/programma letterlijk uitvoert zoals ze gegeven zijn. De opsteller is dus verantwoordelijk als de computer een fout maakt.
    • In opbouw…
  • Er zijn verschillende manieren om een algoritme te representeren zoals pseudocode, Nassi–Shneiderman diagram, flowchart.
  • Je zorgt voor een opbouw in het aanbrengen van computationeel denken.
  • Je laat de leerlingen meerdere algoritmes analyseren om de meest effectieve en efficiënte oplossing voor een probleem te bepalen.
    • In opbouw…
  • Je leert de leerlingen een algoritme veralgemenen zodat het ook op andere problemen kan toegepast worden (abstractie).
  • Je leert de leerlingen een taak op te delen in kleinere taken (decompositie).
  • Je leert de leerlingen een lange lijst met opdrachten opdelen in subcategorieën (decompositie).
    • In opbouw…
  • Je zorgt voor een opbouw in het aanbrengen van computationeel denken.
  • Je leert leerlingen zoeken naar stukjes gelijke code, leert hen hoe ze hun algoritme kunnen verfijnen waarbij die code bv. maar één keer voorkomt (patroonherkenning).
  • Er zijn meerdere sites met goede praktijkvoorbeelden voor unplugged algoritmes.
    • In opbouw…

Leerkracht informatica?

Mis niets van onze nieuwe oefeningen, video’s en veel meer dankzij de nieuwsbrief en onze Facebook-pagina!

Stel je vraag!

Iets niet gevonden op onze website? Heb je hulp nodig? Wij helpen je graag verder.